Dit artikel heb ik op 06 november 2009 geschreven. Omdat ik er veel positieve reacties op heb gekregen, wilde ik het graag met jullie delen. Enjoy!
Als ik mezelf een bijnaam mocht geven zou het zeker Murphy zijn. Ik ben het wandelende resultaat van Murphy’s law: “Als er meerdere manieren zijn om een taak te doen en één van die manieren zal in een ramp resulteren, dan zal iemand het zo doen”. En die iemand ben ik. Alyssa. En ik denk dat de meeste mensen die me een beetje kennen, het daar wel mee eens zijn.
Hoelaat ik ook opsta, wanneer ik ook bij een bushalte sta, op welke bus ik ook aan het wachten ben, waar ik ook naartoe moet, hoelaat ik er sta, waar ik ook ben, of het nou regent of sneeuwt, ook al sta ik sinds kort zelf op de achterkant van de bus: het maakt geen verschil. De bus die ik moet hebben; is te laat, rijdt me voorbij, rijdt niet, komt te vroeg, komt helemaal niet, is vol of valt uit. En komt het dan een keertje voor dat ik wel op tijd in mijn bus zit, dan komt er meestal iemand naast me zitten die stinkt. En stinkt hij niet, dan valt hij wel in slaap.
Meestal als ik niets beters te doen heb, draait het er op uit dat ik maar ga winkelen in de stad. Meestal duur het douchen en klaarmaken niet zo lang. Tenzij het voorkomt dat de boiler ermee stopt, ik een kledingcrisis heb of ik met de mascarakwast in mijn oog heb gezeten. Er zijn nog meer mogelijkheden, maar die kan ik beter voor me houden. Als ik dan eindelijk klaar ben en voor de voordeur sta om te vertrekken begint het avontuur.
Wie sluit toch altijd die deur af, terwijl er nog iemand naar buiten moet? Dan kun je dus eerst tien minuten naar je sleutel gaan zoeken. Die ligt dan natuurlijk op de meest onmogelijke plaats die je je maar kunt bedenken, zoals meestal met dingen die je kwijt bent. Als je eindelijk je sleutel gevonden hebt, besluit je dat het misschien slim is om een paraplu mee te nemen. Dan blijkt dat alle vierentwintig paraplu’s opeens samen ermee vandoor zijn gegaan. Maar dat mag de pret niet drukken.
Halverwege de straat: gsm vergeten. Dan kun je dus tien meter gaan terugrennen. Vervolgens ben ik weer die stomme sleutel kwijt in mijn overvolle en veel te grote tas. En het irritante aan een sleutel is: je ziet hem niet, maar je hoort het ding gewoon rammelen, ergens. Eindelijk sleutel gevonden: deur open. Daarna weer de trap op. Volgende probleem: waar is mijn gsm ook alweer.. Na 10 minuten kom ik op het wonderbaarlijk slimme idee om mezelf te bellen en te luisteren waar ik hem hoor trillen. Dit idee zou heel handig zijn als ik een gsm zou hebben die niet steeds uitvalt. Uiteindelijk vind ik hem dan tussen mijn twee matrassen in. En nee, ik ga niet eens uitleggen waarom ik twee matrassen heb in plaats van één.
Na eenmaal een bus weten op te pikken en in de stad aangekomen, loop je eindelijk op de Oude Brug. Daar kom je natuurlijk vrijwel meteen ongewenst persoon nummer één tegen. Je probeert je te verstoppen, maar dat gaat natuurlijk niet. Je kunt je niet verstoppen op de Oude Brug. Dat hebben ze expres gedaan. Maar nadat ik bij de bank een gi-gan-tische financiële meevaller had ontdekt op mijn bankrekening, zat de pin er natuurlijk flink in.
Zoals de meeste mensen wel weten: ik hou van schoenen. Er is niets waar ik beter voor zorg, dan mijn schoenen. Wie aan mijn schoenen komt, komt aan mij. Ik hou gewoon van schoenen. En ik hou ervan dat ik zo van schoenen houd. Er zijn te weinig mensen op deze wereld die serieus begrijpen hoe belángrijk mooie schoenen zijn. Normaal heb ik dan ook niet zo’n probleem met schoenen kopen. Ik koop ze altijd in tweeën en heel soms in drieën. En aan het einde van de dag staan ze dan gezellig saampjes met z’n allen op mijn kamer, tussen al hun vriendjes en vriendinnetjes.
Ik weet nog goed toen ik bij de ANWB stage liep (lees: die overigens ook niet zo goed is afgelopen) dat het Murphy-gehalte hoger was dan normaal. Meestal als ik net vijf minuten in de winkel stond, ringelde meteen de telefoon. ‘Ach Alys, neem jij hem even..’. Of we ook servetringen verkochten (waarom zou de ANWB servetringen verkopen). ‘Ja meneer, maar die hebben we nu even niet meer.’ ‘Komen die dan wel nog binnen?’ ‘Tuuuuuuuurlijk meneer..’. Iedere dag was er minstens één klant die om het meest onlogische product allertijden vroeg. Was het geen servetring dan was het wel een of ander mapje, hoesje, zakje, pinnetje, dopje, kapje, middeltje, zonnebrilletje, flapje, friemeltje en anders een verzekering waar nog nooit een hond van had gehoord. En die mensen wisten het áltijd beter, want de buurvrouw van hun vader, die haar nicht, die haar achterneefje, heeft weer een opa en die heeft dat toch echt bij de ANWB gekocht.
Nu is het allemaal niet zo dramatisch als het eruit ziet. Je moet natuurlijk wel een beetje de humor ervan inzien. Ik verveel me in ieder geval nooit, want er speelt zich altijd wel één of andere calamiteit af. Er moet toch een iemand Murphy zijn hè. En dat ben ik.